Het Grand Prix-toernooi op zondag 22 februari in Castricum was een spektakel met liefst 112 deelnemers. Onder hen waren zes Chesscool-schakers, die het over het algemeen goed deden. Fréderique Lacourt speelde in de op één na hoogste groep en werd daarin met 5 punten uit 7 partijen tweede. Ze vertelde dat ze liever tweede wilde worden dan eerste omdat ze de trofee voor de nummer twee mooier vond dan die voor de groepswinnaar
. In dat laatste had ze gelijk, maar dat eerste geloven toch niet echt.
Quinten Steffens einidgde in groep 3 met 3½ punt in de middenmoot
. Hij heeft naar eigen zeggen in een paar partijen te snel gespeeld en had dus nog wel hoger kunnen eindigen. Volgende keer dan maar? In groep 8 speelden Edwyn Mesman en Maurice Duijn. Zij kennen elkaars spel door en door en het was dus niet vreemd dat hun onderlinge partij in de eerste ronde in remise eindigde. Daarna verging het Edwyn iets beter dan Maurice. Maurice haalde drie punten, Edwyn eindigde op 4½, goed voor de derde prijs.
Vlad Omuta had zijn dag niet
, maar gelukkig eindigde hij het toernooi in groep 9 met twee overwinningen. In groep 13 speelde Koen van Dam (of Dam van Koen, zoals de tafelleider hem herhaaldelijk noemde). Voor hem was het zijn eerste toernooi en ook de eerste keer dat hij met een klok erbij speelde. Nadat hij in de gaten had gekregen dat die klok er eigenlijk helemaal niet toe doet (als je maar goed schaakt haal je de tijd toch altijd wel) haalde hij met vier punten, net een halfje te weinig voor de derde prijs.
Volgende maand, op 22 maart, is het volgende GP-toernooi in Schagen.